Loading...
pinkengriep 2016-11-08T14:05:12+00:00

Pinkengriep

Het pinkengriepvirus (Respiratoir Syncytial virus) is samen met (para) influenza en IBR (Infectieuze Bovine Rhinothracheiitis) verantwoordelijk voor grote economische verliezen door ademhalingsstoornissen bij rundvee. Pinkengriep treedt voornamelijk op in het 1e levensjaar. Pinkengriep komt in heel Nederland voor. Vrijwel alle runderen raken een keer besmet.

Symptomen
De ernst van ziektebeeld is afhankelijk van dier- en omgevingsfactoren. Bij milde gevallen zien we enkel een beetje hoesten, vooral als dieren in beweging komen. In ernstige gevallen kan de koorts tot 41 graden oplopen. Daarnaast kan men versnelde ademhaling, vieze neus en ogen zien. Het hoesten is dan duidelijk verergerd.

Complicaties
Meestal treedt er een bijkomende bacteriële infectie op die leidt tot verergering van de longontsteking en die fataal kan aflopen.

Behandeling
Snel toepassen van ontstekingsremmers en antibiotica is nodig om infectie tegen te gaan en hierdoor ( blijvende) longschade te voorkomen of te beperken. Meestal krijgt de hele groep de griep in 1 week tijd. Een enkel dier behandelen is daarom meestal niet zinvol

Preventie
Net als bij mensen zien we de griep vooral in de herfstmaanden als de weersomstandigheden slechter worden en bij opstallen door een grotere infectiedruk en minder goede ventilatie. Om het voorkomen van pinkengriep onder controle te krijgen is het verstandig volwassen vee gescheiden te houden van jonger vee. Daarnaast adviseren wij overbezetting zoveel mogelijk te voorkomen, zodat de infectiedruk en stress laag blijven. Het is belangrijk dat er een goede ventilatie is in de stal (geen tocht!). Het scheren van de dieren bij opstallen voorkomt zweten (desnoods alleen op de rug) en helpt ook huidinfecties door uitwendige parasieten te bestrijden. Longwormen beschadigen het longslijmvlies en doen een griepvirus makkelijker aanslaan. Het is dus belangrijk infecties met longwormen op tijd te bestrijden, in elk geval voor het opstallen.
We kunnen jongvee tegen pinkengriep vaccineren. Dit kan vanaf de 1e levensweek met een neusenting, deze beschermt gedurende 9 weken. Aansluitend krijgen de dieren 2 injecties met een interval van 4 weken. Met name bij hergroepering en in herfst en begin winter is het infectierisico hoog. Het beste is de injecties op 6 en 2 weken voor het opstallen toe te laten dienen. Op deze manier zijn de dieren maximaal beschermd tijdens de risicoperiode voor luchtweginfecties.

De enting tegen pinkengriep kan goed gecombineerd worden met een ontworming tegen long- en maagdarmwormen.

pinkengriep