Loading...
artrose 2016-11-08T14:04:54+00:00

Artrose

Artrose wordt in de volksmond ook wel gewrichtsslijtage genoemd. Ook bij de mens kan artrose optreden. Dit geldt eveneens voor honden en katten. Als men terug kijkt in de geschiedenis, bestond artrose al in de oertijd. Er is een dinosaurus gevonden die ook artroseverschijnselen vertoonde.

Wat is artrose
Artrose ontstaat doordat er meer gewrichtskraakbeen verloren gaat dan er door het lichaam geproduceerd kan worden. Het kraakbeen verslechtert en soms verdwijnt het helemaal. Tevens vermindert bij artrose ook de vloeistof in het gewricht.
Kraakbeen beschadiging kan komen door trauma (bv. afgescheurde voorste kruisband in de knie) en erfelijke afwijkingen zoals heupdysplasie (het niet goed aansluiten van de heupkom en kop). Al deze oorzaken geven een verkeerde belasting en een beschadiging van het kraakbeen. Ook door een ontsteking kan het lichaamseigen kraakbeen niet meer als zodanig herkend worden. Het lichaam reageert hierop met een afweerreactie tegen het kraakbeen. Dit laatste wordt reuma genoemd. Door slijtage van gewrichtskraakbeen en een vermindering van de schokabsorberende vloeistof in de gewrichten kunnen botten over elkaar schuren, wat veel pijn veroorzaakt.

Pijn bij dieren is soms moeilijk te herkennen! Dieren laten niet graag zien dat ze pijn hebben omdat dit uit evolutionair oogpunt een teken van zwakte is. Pijn tast wel zeker het welzijn van het dier aan. Symptomen van pijn zijn onder andere:

  • stijfheid na periode van rust
  • startkreupelheid of ochtendstijfheid
  • moeilijk opstaan
  • mank of kreupel lopen
  • loopt onregelmatig
  • pijnuitingen
  • piepen
  • poot omhoog houden
  • etc.

typisch bij het verloop van artrose is dat er regelmatig opflikkeringen kunnen zijn van pijn. Na rust zakt de pijn dan weer enigszins af waardoor het lijkt alsof de hond weer gezond is en geen pijn heeft. Dit is echter niet het geval: de patiënt heeft alleen minder pijn! Maar nog steeds pijn.

Diagnose
Artrose wordt gediagnosticeerd aan de hand van het klinische beeld. Het is verstandig een röntgenfoto te maken om de diagnose te bevestigen en om eventuele andere oorzaken van kreupelheid uit te sluiten. Op de röntgenfoto is de verminderde kraakbeendikte indirect af te leiden uit het te dicht opeen liggen van de botuiteinden; het kraakbeen zelf is op een röntgenfoto niet te zien. Daarnaast kunnen door artrose osteofyten ontstaan, botuitsteeksels en -haken aan de randen van de gewrichtsvlakken. Deze zijn op een röntgenfoto wel te zien.

Toekomst
Artrose is een progressieve chronische ziekte, wat wil zeggen dat de ziekte steeds ernstiger wordt en het gewricht steeds slechter. De conservatieve behandeling van artrose heeft tot hoofddoel het verlichten van pijn en verminderen van de ontstekingsreactie en het behouden van functies. Een genezing voor artrose bestaat niet, maar met een juiste behandeling kunnen de symptomen wel beter onder controle gehouden worden. Inactiviteit van het aangedane gewricht resulteert in meer stijfheid en meer pijn, bovendien kan atrofie van de betrokken spiergroepen ontstaan. Het wordt dus aangeraden in beweging te blijven en dan vooral fysieke activiteiten met een lage explosiviteit en dus een lage piekbelasting van het aangedane gewricht.

Omdat overgewicht een beïnvloedbare risicofactor is voor artrose en het de belasting op het gewricht vergroot, wordt bij overgewicht sterk aangeraden naast bewegen ook af te vallen.

Een andere vorm van conservatief behandelen van artrose bestaat uit pijnbestrijding door middel van geneesmiddelen. NSAID’s worden gegeven vanwege de ontstekingsremmende en pijnstillende werking. Glucosamine wordt soms ingezet als behandelmethode bij artrose omdat in dierexperimenteel onderzoek glucosaminesulfaat in staat blijkt om het kraakbeenstofwisseling te normaliseren, om beschadigd kraakbeen te herstellen en ook lichte ontstekingsremmende eigenschappen blijkt te bezitten. Ter behandeling van artrose wordt glucosamine regelmatig gecombineerd met chondroïtinesulfaat, een glycosaminoglycaan uit articulair kraakbeen. Diverse studies concluderen dat deze combinatie effectief is.

Eventueel is een verwijzing naar een dierenfysiotherapeut te overwegen. De dierenfysiotherapeut houdt zich bezig met het geheel aan activiteiten gericht op het bewegend functioneren van het dier met als doel het voorkomen, verminderen en/of compenseren van ziekten en stoornissen van het houdings- en bewegingsapparaat.