Tandresorptie bij de kat

Tandresorptie is één van de belangrijkste oorzaken van gebitsproblemen bij de kat.  Bij de hond komt het ook voor, maar geeft daar minder vaak die problemen, zoals wij die bij de kat kennen. Bij tandresorptie wordt het glazuur van de tanden en kiezen aangetast juist op de rand, waar het gebitselement aan het tandvlees zit. Vroeger heette de aandoening dan ook tandhalslaesies. Je kunt het soms met het blote oog zien, maar vaak spelen deze processen zich af onder het tandvlees af, onttrokken aan het gezichtsveld van de onderzoeker. Soms zijn alleen de wortels van het gebitselement aangetast. Bij de inspectie van het gebit onder narcose kunnen we een beter beeld krijgen, door met de sonde de voorkeursplaatsen voor de processen bij de kiezen en tanden af te tasten. Je kunt dan de beschadigingen van de gebitselementen voelen. Een röntgenfoto geeft pas echt duidelijkheid.

Hoe het proces van tandresorptie ontstaat is nog steeds niet duidelijk, het komt bij alle dieren en ook de mens voor, maar de kat heeft er het meest last van. Ontstekingsprocessen en vitamine D spelen een rol in de ernst, maar het fijne ervan is nog steeds niet bekend.

Op de foto links zijn 3 kiezen van de onderkaak te zien en is de voorste kies aangetast (op foto rechts in de cirkel), één wortel aangetast en met het bot vergroeid en de andere wortel is niet vergroeid met het bot en de  kroon van het element is ook aangetast.

We kennen drie types, waarbij type III een combinatie is van type I en type II. Bij type I van de tandresorptie is het gebitselement aangetast is, er zijn beschadigingen aan de wortel en/of aan de kroon. De beschadigingen van de tand of kies zijn duidelijk te zien op een röntgenfoto van het gebitselement.

Bij type II zijn er ook een beschadigingen van de wortel(s) en de kroon, er is echter op een röntgenfoto een vergroeiing van de wortel(s) met het kaakbot te zien. Bij type I is dat niet het geval.

Van type III is sprake als er bij de kiezen met twee of meer wortels slechts één wortel vergroeid is met het kaakbot en de andere niet. Er is maar één methode om de het proces te behandelen en dat is het verwijderen van de het gebitselement. Er kunnen één of meerdere elementen aangetast zijn.

Elke vorm van tandresorptie heeft weer een andere benadering in de behandeling. Zoals boven besproken, zijn bij type I op de röntgenfoto de wortels “los” te zien van het kaakbot. Deze wortels moeten in zijn geheel verwijderd worden. Bij type II zijn de wortels vergroeid met het kaakbot en kunnen ze niet verwijderd worden (ze zijn er eigenlijk ook niet meer). Hierbij volstaat met een amputatie van de kroon, dat is het zichtbare gedeelte van de kies of tand. Bij type III moet de wortel die niet vergroeid is verwijderd worden en de wortel die wel vergroeid is mag blijven zitten. Het bovenliggende zichtbare gebitselement moet altijd verwijderd worden. Hoe het trekken in zijn geheel in zijn werk gaat kunt u lezen onder het hoofdstuk: extractie gebitselementen kat.