Loading...
Gebitssanering bij de kat2018-05-22T13:54:00+01:00

Gebitssanering kat (de reden en uitvoering):

Wat gebeurt er bij een gebitssanering (het schoonmaken) bij de kat? De gebitssanering bij de kat pakt anders uit dan bij de hond. Omdat de kat een ander gebit heeft dan de hond en dat er andere processen een belangrijkere rol spelen dan bij de hond. In eerste instantie is het natuurlijk belangrijk waarom de kat aangeboden wordt voor gebitssanering.

Dit kan zijn doordat er klachten van de eigenaar zijn:

  • De kat laat eten uit zijn bekje vallen
  • De kat stinkt uit de mond (foetor ex ore)
  • De kat eet met een scheve bek uit de voerbak
  • De kat kwijlt
  • De kat lust alleen nog maar zacht voer
  • De kat valt de etensbak aan.

Deze voorbeelden kunnen de reden zijn dat u als katteneigenaar denkt dat er gebitsproblemen bij uw huisdier zijn. Als u in de bek van uw kat zou kijken zou u meer kunnen zien.

Het beoordelen van de toestand van het gebit en het tandvlees kan gedaan worden door de dierenarts of door de dierenarts assistente. Bij Dierenartsencombinatie Staphorst IJhorst en Rouveen hebben we een dierenartsassistente die zich voornamelijk met de tandheelkunde bezighoud en u daar goed over kan informeren. Zij kan u ook laten zien hoe het met het gebit van uw kat gesteld is. Er kan een aparte afspraak gemaakt worden, maar elk jaar in februari is het de maand van het gebit en kan het gebit en de gebitsverzorging van uw kat besproken worden.

Een ander moment is tijdens het spreekuur. Als u voor vaccinatie en de jaarlijkse gezondheidscheck-up van uw huisdier komt. Ook tijdens andere momenten nemen we het gebit van uw kat in het onderzoek mee.

Bij het eerste onderzoek van de bek van de kat krijgen we een idee hoe het met het gebit van de kat gesteld is. Er kan gering, matig of veel tandsteen aanwezig zijn, het tandvlees (gingiva) wordt beoordeeld, deze kan geïrriteerd zijn en we letten ook of er stank uit het bekje  van de kat komt. Op basis van dit onderzoek wordt besloten om gebitssanering te adviseren. Reden daartoe zijn:

  • Er moet enige mate van tandsteen aanwezig zijn op meerdere elementen
  • Er moet irritatie van het tandvlees aanwezig zijn
    • Roodheid
    • Makkelijk bloeden
    • Zwelling
  • Er is duidelijke stank uit de bek
  • Moeilijk om in de bek van de kat te kijken. (Veel katten kun je rustig onderzoeken, maar zodra je de lip opzij doet proberen ze je vinger weg te “slaan” of ze beginnen te blazen, dit maakt problemen aan het gebit aannemelijk)

En heel soms zijn de  klachten zo typisch en valt het zichtbare onderzoek schijnbaar mee, maar doordat de kat wel duidelijke problemen heeft met het opnemen van voedsel, bijvoorbeeld: met scheve kop eten, brokjes uit de bek laten vallen en kwijlen. Dit kan namelijk voorkomen bij tandresorptie (zie hoofdstuk tandresorptie), waar de processen zich onder het tandvlees afspelen.

De belangrijkste problemen bij de kat zijn: afgebroken hoektanden, tandsteen, tandresorptie tandvleesontsteking en soms tumoren.

Een ander bijzonder geval is het stomatitis gingivitis complex. Hierbij is er een ernstige zwelling van  het slijmvlies van het tandvlees. Dit is ernstig ontstoken. De katten hebben veel last van deze erg pijnlijke aandoening. Schoonmaken van het gebit en poetsen kan bij een aantal dieren voldoende zijn. Soms moet het hele gebit getrokken worden.

Nadat de kat onderzocht is op hart- en longfunctie en er zijn  geen afwijkingen in het eet en drinkgedrag wordt er een afspraak gemaakt voor gebitssanering. Bij twijfel of bij hoge leeftijd stellen we een preanesthetisch  bloedonderzoek voor, om de lever en de nierfunctie te beoordelen. Daarna wordt een afspraak gemaakt voor de gebitssanering.

Nadat de kat onder narcose is gebracht en heerlijk licht te slapen en eventueel aan het gasanesthesie apparaat ligt gaan we eerst een grove (bek) inspectie doen. We kijken daarbij in de geopende bek naar tandsteen, of alle gebitselementen aanwezig zijn, de hoeveelheid tandsteen en de toestand van het slijmvlies, keel en onderzijde van de tong. Daarna gaan we een fijne bekinspectie doen. Met een sonde (afbeelding 1) wordt de diepte van de pockets (dat is de holte tussen tand/kies en tandvlees) beoordeeld en dat wordt genoteerd. Verder wordt er gekeken of er gebitselementen beschadigd zijn. Er wordt gekeken of er gebitselementen loszitten en de beweeglijkheid (hoever ze wiebelen) wordt genoteerd.

Van de tanden en kiezen waarvan we denken dat het er problemen zijn maken we een röntgenfoto (afbeelding 3) hierbij krijgen we een goed beeld van de kroon en het aan het oog onttrokken deel van het gebitselement: de wortel(s). Waarom dit nodig is kunt u lezen bij  tandresorptie en extractie (trekken) van gebitselementen.

Nu kan het zijn dat het nodig is om bepaalde elementen te verwijderen. Deze worden dan geëxtraheerd (“getrokken”) op de gesloten of de chirurgische manier. (zie extractie gebitselementen kat) Als dat gebeurd is, dan beginnen we daarna aan het schoonmaken van het gebit.

Met speciale instrumenten wordt het tandsteen verwijderd, hetgeen dat op de kroon zit en  ook wat onder het tandvlees zit in de  pockets (zie afbeelding 2) en juist daar voor  veel ellende kan zorgen.

Wat hoog op de kies zit richt relatief  weinig schade aan (we halen het natuurlijk wel weg). Nadat de pockets gereinigd zijn, wordt de rest met de scaler (tandsteenapparaat) verwijderd, waarbij voorzichtig te werk gegaan moet worden. Nadat dat gebeurd is worden de tanden gepolijst (met speciale tandpasta) en natuurlijk wordt het bekje nagespoeld. Het kattenbekje wordt  nog een keer gecontroleerd of er niets vergeten is en wordt gecontroleerd of alle bevindingen juist op papier (zie figuur4) zijn gezet. Daarna laten we de kat bijkomen. Bij extracties werken we altijd met pijnstilling. Antibiotica zijn zelden nodig, alleen bij risico patiënten zoals hart en nier patiënten.